|
In de jaren voordat Babylon in 1973 werd gestart gebeurde er zoals bekend al het ‘een en ander’ op het gebied van de jongerencultuur in Hengelo. Omdat niet alle Babylonbezoekers een goed zicht op deze periode hebben, verzamelen we hier de relevante informatie van mensen die deze fase aan het lijf hebben beleefd.
Pim van der Voort begint zijn relaas op bijna bijbelse wijze: ‘Toen we in Hengelo kwamen, hadden we helemaal niets. Geen huis, geen club, geen eten.’ Het gaat om de jaren 1967-1969. Hij vervolgt: ‘Ikzelf was al eens eerder in Hengelo geweest, met een bandje mee, en kende daarvan wat mensen. Die heb ik opgezocht, en deze hadden de Black Magic-koffiebar (Marktstraat) als ontmoetingsplaats. Ook waren er disco's (Hotel Deters in Hengelo, Hotel Modern in Enschede en disco Bouhuis in Enschede), daar ging men in de weekends heen. De zwervers, dat waren wij toen, gingen af en toe mee. We werden goed verzorgd door de Hengelose meisjes en jongens. Uiteindelijk waren we natuurlijk een stelletje mafketels, met nogal vreemde opvattingen voor die tijd. We sliepen in hooibergen (letterlijk), leegstaande huizen, kelders van flatgebouwen etc. etc.’
Rikus Piek signaleert dat de hippies een aparte groep werden naast de andere groepen die er waren: ‘Je had Nozems, de Indo’s en de Molukkers (zij gingen later naar Siësta), het ‘Werkvolk’, de ‘Burgers’ en de ’Hippies’.

Pim illustreert zijn verhaal aan de hand van foto's in het album Pré-Babylon. ’Als je de foto's bekijkt van die happenings voor het stadhuis, zie je dat er een hele oploop had plaatgevonden aan de andere kant van de straat (vooral op afstand blijven). Dat was het effect op de mensen. De groep werd groter en groter en ook de hippe lieden van lokale afkomst gingen meedoen. Dat maakte de groep sterker. Toen koffiebar Black Magic dicht ging, was de overheid (lees wethouders) wel verplicht om die rare groep jongeren (die eigenlijk alleen maar raar deed, en verder onschuldig was) te helpen. Er werd vervolgens onderdak geboden in het Krejenus (Langelermaatweg) dat viel onder de Stichting Buurt en Clubhuiswerk Hengelo. Aanvankelijk werd gewoon samengedaan met de mensen die daar al langer kwamen. Toen echter de pan-fluiten, wierook, rooie hoedjes, mantra's en god weet wat niet al, de overhand nam, werd het hun te machtig. Een conflict kon niet uitblijven. De uitkomst daarvan was dat de allochtone Krejenusser z'n heil elders ging zoeken. Een deel ging naar het Beetshuis op de kop van de Bornsestraat, een deel ging terug naar de kroeg.’ José Bijsterveld weet dat het Kreejennus in die periode al de naam Fashion kreeg. Deze foto laat de toegang van het Kreejenus zien met de naam 'Fashion Bar' op het raam.

‘Vanaf ongeveer die tijd ging het hard’, vervolgt Pim. ‘Mede door ons welgevallige gemeenteraadsleden, door hogere bonzen in Buurt en clubhuiswerk en wat toonaangevende figuren op de U.T., gecombineerd met het grenzeloze verlangen van de Gemeente Hengelo om zich te profileren als een vooruitstrevende stad voor jongeren-cultuur, werd de stap naar het Fashiongebouw aan de Willem de Clerqstraat mogelijk gemaakt. Nou, dat hebben ze geweten dus.’ Ook de Enschedese scene maakte in dezelfde periode een hele ontwikkeling door. Dat heeft zeker mede een rol gespeeld in een en ander.
|